Campagnevoeren is al een gedoe op zich, maar als tijdens de rit drie fuserende partijen (ARP, CHU en KVP) met verschillende achtergronden, ideeën en belangen het ook nog eens samen eens moeten worden, dan wordt het nog net een slagje ingewikkelder. Maaike van Deelen en Anne Bos doken in de eerste CDA-verkiezingscampagne in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 25 mei 1977.
De geoliede AR-campagnemachine als basis
Een jaar voor de verkiezingen, in mei 1976 begonnen de eerste voorbereidingen voor de verkiezingen. De drie partijen, de Katholieke Volkspartij (KVP), de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU), hadden in het verleden ieder hun eigen aanpak gehad, maar besloten in mei 1976 als federatie het campagnemodel van de ARP als uitgangspunt te nemen omdat die partij het best georganiseerd was. Dick Corporaal, partijsecretaris van de ARP, werd om die reden de campagneleider van het CDA. De campagne werd georganiseerd vanuit het Centraal Verkiezings Comité (CVC) dat voor het eerst vergaderde op 10 mei 1976. Naast Corporaal zaten hierin ook de secretarissen van de andere twee partijen, Piet van Zeil (KVP) en Jim Janssen van Raaij (CHU).[1]
Allereerst moest er een organisatie worden gebouwd, want op lokaal niveau waren er pas enkele CDA-afdelingen opgericht. Alles wat lokaal stond, betrof kamerkringen van ARP, CHU of KVP. Het was dus zaak dat er zo snel mogelijk in elke gemeente een gezamenlijk verkiezingscomité kwam, met daarboven functionerende regionale campagneteams. Alleen al in Noord-Brabant betekende dat de opbouw van één provinciaal campagneteam, vier districten campagneteams en 131 gemeentelijke campagneteams.[2]

CDA affiche Tweede Kamerverkiezingen 1977. Collectie DNPP
‘Een heidens karwei’ aldus Corporaal.[3] Hoewel er lokaal honderden afdelingen werden opgetuigd, was hun bewegingsvrijheid beperkt. Het CVC organiseerde de campagne strak en centraal want juist in die beginfase was het cruciaal om als eenheid over te komen.[4] Over de strategie leken de besturen van de partijen het op papier eens, maar de praktijk bleek geregeld weerbarstig. ‘Er zijn prachtige stukken gemaakt waar besturen mee instemden, maar als het op de uitvoering aan kwam dan had iedereen zijn eigen opvatting. Het individualisme was zeer sterk en zeer groot en het wantrouwen ook.’[5]
Alle informatie voor de kandidaten en lokale campagneteams werd uiteindelijk samengebracht in twee edities van een verkiezingshandboek, wederom naar voorbeeld van de ARP die dit in 1971 voor het eerst deed. ‘U kunt mij geen groter plezier doen, dan dit boekwerk te gebruiken tot de vellen erbij hangen.’ Met die woorden opende partijvoorzitter en geestelijk vader van het CDA Piet Steenkamp dit ‘spoorboekje’ waarmee de lokale en regionale campagneteams de campagne in werden gestuurd.[6]

De organisatie van de CDA-verkiezingscampagne – landelijk. Handboek Verkiezingen CDA 1977.
Op landelijk niveau waren er naast het CVC ook nog talloze andere werkgroepen ingesteld om de campagne te ondersteunen: een zogeheten Pleingroep, een braintrust[7] (een commissie die het CVC adviseerde), een stafwerkgroep CDA-politicologen, een werkgroep radio en televisie, de landelijke verkiezingsraad, een werkgroep coaching lijsttrekker, een commissie-lijstvoorstel, een stafwerkgroep publiciteit, een welhaast oneindige lijst. De meeste van deze samenwerkingsverbanden en werkgroepen waren steeds behoorlijk groot van omvang, wat op zich begrijpelijk is omdat alle ‘bloedgroepen’ steeds vertegenwoordigd moesten zijn maar het kwam de snelheid van de besluitvorming niet ten goede.
De lijsttrekker: voortreffelijk en opmerkelijk
Het CDA zou de campagne ingaan onder aanvoering van Dries van Agt die op 11 december 1976 op het CDA-congres tot lijsttrekker werd gekozen. Van Agt was op dat moment minister van Justitie en vice-premier in het kabinet-Den Uyl. De keuze voor hem was geen vanzelfsprekende geweest.[8] ‘Een voortreffelijk man, maar ook een opmerkelijk man’ concludeerde het CVC achteraf treffend over de lijsttrekker, die ofschoon lid van het CVC nooit een vergadering had bijgewoond.[9] Van Agt bleek zich niet te laten aansturen. Hij schreef zelf zijn speeches en was ongrijpbaar, ook voor zijn voorlichter.[10] De geregelde afwezigheid van Van Agt bij belangrijke campagneoverleggen of politiek beraad leidde af en toe tot wanhoop. ‘Het DB van het CDA houdt politiek beraad (één keer per 14 dagen) met als grote afwezige de lijsttrekker. […] Het slagveld (of slachtveld?) overziende kan de conclusie op dit moment geen andere zijn, dan dat er veranderingen zullen moeten komen, willen we zonder al te grote brokken 25 mei halen.’
Van Agt zou zich ook politiek scherper moeten profileren. Toch was er ook bewondering voor de lijsttrekker want het enthousiasme voor Van Agt onder de leden was groot. De zalen waren overvol wanneer hij kwam spreken. ‘Hij deed het in protestantse kringen haast nog beter dan in rooms-katholieke kringen’.[11]
CDA of PvdA Lijst 1?
Vroeg in de campagne, in de zomer van 1976, stelde de partij een zogeheten ‘werkgroep technische problemen rond één CDA-lijst’ op. Eén van die technische problemen was het lijstnummer. Want hoewel de PvdA met 43 zetels de grootste partij was, hadden de drie confessionele partijen samen meer zetels (48). Wie kreeg dus lijstnummer 1? Na onderling overleg tussen PvdA en CDA trok het CDA aan het langste eind. De PvdA had nog wel geprobeerd in ruil daarvoor meer radiozendtijd te krijgen, maar daar was het CDA niet in meegegaan.[12] Kort na het overleg tussen de twee partijen bleek de Kieswet een bepaling te bevatten die omschreef hoe een lijst een voorkeursnummer kon bemachtigen.[13] In november 1976 volgde dan ook een uitgebreid communiqué richting de drie fractievoorzitters met instructies en zo kreeg het CDA lijstnummer 1.[14]
Ook de samenstelling van de kandidatenlijst was een ware puzzel voor de werkgroep. De plaatsen moesten namelijk evenredig over de drie bloedgroepen worden verdeeld.[15] Het uiteindelijke advies was 95 van de 180 plaatsen beschikbaar te stellen voor KVP-kandidaten, 50 voor de ARP en 35 voor de CHU. Ook de verdeling over de plaatsen op de lijst was een vraagstuk, te meer daar deze per kieskring ook nog weer moest verschillen. Zo wilde de KVP in Limburg graag wat meer KVP’ers in de top van de lijst hebben. Dat moest in een andere kieskring uiteraard weer gecompenseerd worden.[16]
Affiches
Bij een oriënterende bijeenkomst ter voorbereiding op de bepaling van het CDA-affiche stelde de ARP een paars affiche voor, de huiskleur van de antirevolutionairen. Dat werd afgeschoten, ‘te vaal en met ouderwetse belettering’. Bovendien was paars de kleur van een van de drie partijen. Ook een voorstel voor een oranje affiche kwam er niet door.

Advies verdeling kandidaten der partijen over de lijsten

CHU affiche Tweede Kamerverkiezingen 1972
Voor het uiteindelijke ontwerp tekende Jan Roel Zaadnoordijk, die vanwege verwarring rond zijn voornaam zichzelf ook wel Jeroen Zaadnoordijk noemde. Zaadnoordijk was in de jaren zeventig aangetrokken door de CHU. In de verkiezingen van 1972 had de CHU een simpel affiche dat grafisch zo slecht in elkaar zat dat Zaadnoordijk, toen nog student grafische vormgeving, de CHU een brief met zijn kritiek stuurde. Niet alleen de verschillende lettertypes riepen afkeur bij hem op, erger nog was de tussenruimte tussen de ‘l’ en de ‘a’ in ‘Tilanus’ wat tot twee nieuwe en ongewenste woorden zou leiden.[17]
De CHU vroeg hem daarop in 1974 enkele ontwerpen te maken. Voor het CDA ontwierp hij de vormgeving voor kantoorartikelen zoals briefpapier maar ook het eerste gezamenlijke affiche van het CDA.[18] De kleur was bepaald door afstrepen: geen geel (KVP), oranje (CHU) of paars (ARP). Uiteraard ook geen rood (socialisten!) of blauw (liberalen!). De uiteindelijke kleur werd aangedragen vanuit de CHU waar ze zo slim waren uit te gaan van een nieuwe kleur: groen, in combinatie met blauw.[19] Groen was een kleur die nog niet veel in gebruik was door politieke partijen, hoewel D66 zich de kleur van meet af aan had toegeëigend. De D’66-ers vonden het dan ook niet sportief dat het CDA ook groen tot hoofdkleur maakte, maar daar trok men zich in het CDA in elk geval weinig van aan.[20] Hoewel de ARP een geschiedenis had in het afbeelden van de persoon van de lijsttrekker op de campagneaffiches (Colijn, Schouten, Zijlstra, Biesheuvel) werd het niet geschikt geacht de beeltenis van Dries van Agt op de poster te zetten. Dat zou de balans visueel te veel doen doorslaan naar de KVP.
Uiteindelijk werden 371.402 affiches gedrukt, waarvan 345.000 stuks werden verspreid over het land.[21] Het CDA ontwikkelde in een oplage van 100.000 stuks ook nog een poster voor de jeugd waarop een aantal rennende vrouwen te zien is. De vrouw met het CDA shirt aan komt uiteraard als eerste over de finish. De poster bleek populair, maar riep ook kritiek op van mensen die niet van sport hielden. Ook merkte iemand op dat ‘uitgerekend de juffrouw met het CDA shirt geen b.h. droeg!’[22]
Campagnematerialen
Naast de gebruikelijke spiegeltjes en kraaltjes kregen de lokale afdelingen de beschikking over een geluidsband die gebruikt kon worden bij acties op straat. Het was een cassettebandje van 1 uur met diverse statements die samen te vatten waren met ‘stem op Van Agt, CDA lijst 1’, afgewisseld met muziek van de vooral in de jaren zestig populaire trompettist Herb Alpert. Extra cassettes konden verkregen worden voor het forse bedrag van 40 gulden per stuk.[23] Voor de kandidaten op de lijst werd ‘een soort catechismus’ gemaakt: een overzicht met documentatie over CDA standpunten, vergelijkingen van andere verkiezingsprogramma’s en specifieke politieke vragen.[24]
In de periode 16 tot en met 22 mei volgde in een oplage van 3,5 miljoen exemplaren een folder met de tekst ‘Agt redenen om CDA te stemmen’. Een gigantisch aantal, maar toch was er vrees dat er te weinig zouden zijn. Daarom werd de folderaars geadviseerd om huizen waar al affiches van andere partijen hingen over te slaan.[25] Voor de dag van de verkiezingen, 25 mei 1977, had het campagneteam in een oplage van 3,5 miljoen exemplaren een ochtendgroet voorbereid met de tekst ‘Het CDA wenst u goedemorgen. Ga vandaag stemmen, het is uw recht. CDA 1’. De treinkaping bij De Punt die 23 mei begon, gooide echter roet in het eten. De kaartjes werden niet verspreid omdat de campagne was stilgelegd.[26]

CDA affiche voor de jeugd Tweede Kamerverkiezingen 1977
Van federatie naar fusie
De uitslag liet een kleine plus zien voor het CDA: haalden KVP, ARP en CHU in 1972 nog 48 zetels, in 1977 kwam er 1 zetel erbij, een bescheiden toename in vergelijking met de tien zetels winst die Den Uyl haalde voor de PvdA die daarmee op 53 zetels uitkwam.

CDA ochtendgroet
Wat restte was een groot aangepakte evaluatie die resulteerde in een rapport van 176 pagina’s. Ook alle Kamerleden en bewindslieden mochten vragenformulieren invullen over wat er (niet) goed was gegaan. Zoals het een goede evaluatie betaamt werd er een mooi rapport van gemaakt, maar is er daarna weinig mee gebeurd. De uitslag van +1 zetel was minder dan waar het team op hoopte. Toch was er ook enige opluchting dat de neergang, in ieder geval voor het moment, was gestopt. Het fusieproces werd doorgezet. Op 11 oktober 1980 werden federatiepartijen KVP, ARP en CHU definitief opgeheven en werd het CDA als fusiepartij formeel opgericht.